Homepage | Borderline algemeen | Borderline voor Suzanne | Borderline volgens mijn psychiater | Borderline volgens mijn spv'er | VERS training | Verhalen van omstanders van iemand met Borderline | Stemmen horen | HEE !!! | Depressie | Depressie bij kinderen | Depressie bij jongeren | Depressie bij ouderen | Post partum depressie | Elektro Convulsie Therapie (ECT) | Neuro Linguistisch programmeren (NLP) | Gedichten | Kinderverhaaltjes

Kinderverhaaltjes

De teksten op deze site zijn door mijzelf geschreven. Ik kan niemand verbieden om ze te gebruiken, kennis moet gedeeld worden! Maar als je dit doet, dan graag een bronvermelding naar deze site gebruiken! Ere wie ere toekomt!

En vindt uw kind de verhaaltjes leuk, dan vind ik dat natuurlijk altijd leuk om te horen!!!
 

Voor meer van mijn gedichtjes kunt u ook hier kijken.
Laat vooral een berichtje achter!

 

 


 

 

Het vrolijke nijlpaard!!!

 

Ergens in een heel mooi en erg ver land
Woonde een groot beest aan de moerasrand
het was een heel dik en vrolijk nijlpaard
Met, het klinkt wat gek; een krulletje in zijn staart

Alle andere nijlpaarden hadden dit krulletje in hun staart niet
En dat deed ons vrolijke nijlpaard soms wel eens wat verdriet.
Want alle andere diertjes die woonden in het moeras
Plaagden hem er altijd mee, dat hij anders dan de anderen was.

Op 15 mei was het zijn verjaardag
En zijn mama zei dat hij nu wat vriendjes uitnodigen mag.
Dus hij schreef samen met zijn mama aan iedereen een kaart
Aan de olifant, de koe, de leeuw,het varken en het paard.

De olifant schreef een kaartje terug en liet hem al heel gauw weten
Dat hij niet kon komen want hij moest een wedstrijd skaten.
Ook ontving hij een kaartje van de zwart wit gevlekte koe,
"Helaas ik kan niet komen want ik ben toch zo ontzettend moe!"

De leeuw had weer een heel andere smoes,
"ik kan niet komen want ik heb ruzie met mijn poes!"
Het paard wilde niet komen en zei toen maar gauw:
"ik kom toch zeker niet naar de verjaardag van JOU!!!"

Jij bent anders en gek en raar en stom
Jouw staart is niet recht zoals het hoort, maar krom
Er zit een stomme krul in en dat heeft niemand bij het moeras.
Het nijlpaard wou dat hij niet jarig geworden was.

Het nijlpaard moest huilen dikke tranen met tuiten
en ondertussen moest hij ook zijn neus nog eens snuiten.
Maar toen ging de deurbel en wie stond daar voor de deur???
Het was het varkentje, met zijn mooie roze kleur.

"Zeg nijlpaard waarom moet je toch zo huilen?
Je hoeft je toch niet de hele dag te verschuilen?
Trek je niks aan van wat ze zeggen over jouw staart,
Je moet niet huilen, dat zijn ze helemaal niet waard!

Laat ze maar kletsen, ze zijn zelf gewoon dom!
Denk je dat jij de enige bent met zo?n staart, zeg kom!!!
Kijk eens naar die van mij, mijn moeder, mijn vader, mijn zusje en mijn broer.
We hebben allemaal een krulletje, dat is gewoon stoer!!!"

Het nijlpaard kon weer lachen en zingen
En samen met het varken ging hij op het bed springen!
Ze dronken limonade en aten samen heel veel taart
En ze waren voortaan altijd trots op hun krulstaart!!!!

 

 


 

 

Het kikkertje en de spin 


Er was eens een kikkertje, klein, lief en groen
Die woonde, het is werkelijk waar, in een oude versleten schoen.
Deze schoen stond aan het randje van de sloot
En voor een klein kikkertje was de schoen best groot.

Hij woonde daar samen met zijn vriendinnetje
Ja, lach maar, want het was een heel lief klein spinnetje!
Het spinnetje was met haar acht pootjes razend vlug
En kriebelde het kleine kikkertje lekker op zijn groene rug.

Spinnetje, lief spinnetje wat doe je dan nou?
Ik krijg helemaal jeuk van dat gekriebel van jou!
Het spinnetje hield gauw op met kriebelen,
En begon zomaar ineens te giebelen.

Kikker, oh gekke kikker, wat moet ik dan doen?
Ik verveel me suf in die vieze oude schoen!
Het kikkertje keek even heel erg verbaasd
Maar zei, na even denken, toen heel erg gehaast:

Maar spinnetje, waar wil jij wonen dan?
Je weet dat ik niet zonder het water van de sloot kan.
Het spinnetje keek even om zich heen
Maar wist het antwoord toen meteen!

Ik bouw voor ons daar in de boom een reuzenweb
Zodat ik voor ons straks een heel mooi nieuw huisje heb!
De kikker vond het allemaal best een goed idee
En zwom nog eens een baantje of twee.

Het spinnetje begon te bouwen en te bouwen.
En de kikker begon zijn spulletjes alvast te sjouwen.
Toen het web af was, riep het spinnetje: Klaar!!!
Je kunt met je spullen komen hoor: kom maar!

De kikker pakte zijn tafel en zijn stoel
Zette die in het web en daar viel de boel!!!!!
Pats! Boem! Alles op de grond en door elkaar,
Want die spulletjes waren voor het web natuurlijk veel te zwaar!

Het was duidelijk dat het kikkertje niet in het web kon komen
En dus woont het spinnetje nu alleen tussen de bomen!
Het kikkertje woont weer in zijn schoen
En nu kunnen ze als buurtjes weer leuke dingen doen!

 

 

 


 

 

De dromedaris en de politie!

 

Er was eens een dromedaris uit de dierentuin ontsnapt
Hij had bij de groenteboer twee appeltjes gegapt.
De politie was hierover erg boos
Zodat de dromedaris gauw het hazenpad koos.

Hij ging ervandoor en verstopte zich snel
Achter de grote witte auto van tante Nel
Tante Nel zag hem en sprak toen gauw
Ga weg lelijke dief, de politie lust je rauw.

Hij liep door en door en kreeg toen weer dorst
Hij slobberde wat water uit een regenton en heeft daarbij gemorst
Dat vond de eigenaar van de ton niet zo mooi
En riep, als je niet op past dan stop ik je in een kooi

Dat vond de dromedaris weer helemaal niks
Zo vrij rond lopen, dat was pas kicks!
Ondertussen nam hij een hap van zijn appel
En voelde zich meteen iets minder sappel

De politie was nog steeds op zoek naar het enorme beest
Ze waren zelfs al terug naar de dierentuin geweest
Maar daar was onze dromedaris nog niet naartoe
Hij wilde wandelen, zingen en springen en was nog niet moe

De dromedaris liep luid zingend door en door
Maar hij werd nu wel een beetje moe hoor.
Hij was verdwaald en wist niet waar hij was
Tot hij een richting bordje met “dierentuin” las

Hij miste zijn vriendjes de olifant en de leeuw
En bovendien liep hij hier al een hele eeuw
Hij volgde het bordje en kwam al snel
De politie tegen en raakte in de knel.

Gelukkig wist hij weer te ontsnappen
En kon hij zo de dierentuin instappen
Hij staat nu weer vrolijk in zijn kooi
Krijgt iedere dag eten en vers hooi

Hij hoeft nooit meer naar buiten te stappen
Om bij de groenteboer appeltjes te gappen
De politie heeft het zoeken opgegeven
En de dromedaris heeft nu weer een rustig leven…


 De Geniale Paashaas

Er was eens een haasje, heel lief en klein,

Die niet zo goed wist wat hij later wilde zijn.

Wat wilde hij worden: politieman, voetballer of piloot?

Zoveel keuzes…zuchtend kroop hij bij papahaas op schoot.

 

Papa, papa, ik weet het allemaal niet meer!

En als ik denk dat ik het weet, dan bedenk ik me weer.

Ik heb geen idee wat ik later als ik groot ben wil doen,

Ik wil weinig moeten werken, maar wel heel veel poen!

 

Papahaas, die dit herkende, moest heel hard lachen toen

En zei: lieve schat, weet je wat jij moet doen?

Word jij maar, net als deze oude baas

De enige echte paashaas!

 

Paashaas zijn is echt heel erg fijn,

Want je hoeft maar één keer per jaar heel actief te zijn!

Je hebt het twee dagen per jaar dan razend druk.

Maar de rest van het jaar heb je gewoon heel veel geluk!

 

Ja maar papa, zei het kleine haasje, wie moet dan al die eieren kleuren?

Geen zorgen zoon, als jij groot bent zal dat in een fabriek gebeuren!

Maak je maar geen zorgen zoon,

Tegen die tijd is dat heel gewoon.

 

Het kleine haasje dacht even heel goed na

En wist het zeker: hij werd Paashaas, net als pa!

Want  papa was bijna altijd thuis, maar wel heel rijk!

En papa’s hebben tenslotte (bijna) altijd gelijk!

 

Nu is het haasje groot en sterk

En vond het voor twee dagen toch best veel werk

Het hele jaar moest hij trainen, en lopen en rennen

Om op twee dagen in een jaar de hele wereld te verwennen.

 

Hij moest iets anders gaan bedenken

Zodat hij na één zo’n dag even bij kon tanken.

“ik kan andere paashazen in huren,

Maar ik kan ook gewoon eieren per post sturen”.

 

En zo bedacht hij een prima plan,

En huurde een collegahaas in voor China en Japan.

En één voor Australië, Amerika en Nieuw Zeeland

Die verstopten hun eieren op het strand!

 

Afrika bleef een probleem: daar wilde geen paashaas heen.

Want paashazen zijn nu eenmaal niet van steen

En aangezien chocolade in de zon smelt,

Heeft zich voor deze locatie nog niemand gemeld.

 

Maar verder gaat het het paashaasje heel goed af.

Paashaas zijn is echt geen straf!!

Met al dat personeel erbij,

Hoeft hij minder te werken en is iedereen blij!

 

suzanne 3 april 2009

 

 


 

Het monster in de kast

Heel, heel lang geleden
In een donkergrijs verleden
Woonde er op de kamer van Ted
Een heel echt monster, onder het bed.

Het monster was harig en blauw
En hij hield absoluut niet van kou!
Hij woonde daar al lang onder dat bed,
En had er meestal enorme pret.

Iedere avond als de lamp uitging,
En Ted’s broek stil over de stoel hing,
Dan ging het monster lopen pesten.
Hij wilde Ted graag uittesten!

Ted riep altijd: “ik ben voor niks en niemand bang!”
Maar dat riep hij dus niet zo lang,
Want toen het monster aan zijn tenen kriebelde,
Was het niet Ted, maar het monster dat giebelde!

Ted lag opgekruld, deken onder zijn neus, in bed van schrik
Zijn ogen van het huilen zo dik.
Gillen kon hij al niet meer,
Want zijn keel deed inmiddels al zeer.

Mama kwam al aangerend
Zoveel lawaai van Ted was ze niet gewend.
Ook papa kwam de trap op gesprint,
Hartstikke bezorgd om zijn lieve kind!

Mama had een prachtig plan:
We gaan stofzuigen, want daar houden monsters niet van!
Als er geen stof meer onder je bed ligt, om mee te spelen,
Gaat hij zich vanzelf vervelen!

Dus nu stofzuigt Ted elke dag onder zijn bed voortaan
En het monster vond er inderdaad niks meer aan!
Hij is Ted nu ’s nachts niet mee tot last,
Want hij woont nu in Ted’s Klerenkast!

En als het monster hem nu toch nog plaagt,
terwijl Ted er niet om heeft gevraagd,
dan zet hij snel een stoel voor de kast
en zit het monster lekker vast!

Zo kan Ted weer lekker slapen,
En zit op school niet meer te gapen.
En mama vindt het ook keigoed,
Omdat Ted zijn kamer zelf stofzuigen moet!

suzanne januari 2010

******

 

Een Kabouter in je hoofd!

Het gebeurde zomaar op een dag

Zonder dat Liesje het eigenlijk zag
Ze slikte zomaar een kabouter in
En dat was van alle ellende het begin.
 
De kabouter zat gewoon in een hap brood
Kabouters zijn nu eenmaal niet zo groot
Vandaar dat Liesje hem niet kon ontdekken
En hij naar binnen kon vertrekken
 
Nu zit de kabouter in haar hoofd
Maar zo is er niemand die haar gelooft
De kabouter zin in haar hoofd en schreeuwt
Of het nou zonnig is, regent of sneeuwt.
 
De kabouter roept steeds stoute dingen
Dan gaat Liesje heel hard zingen
Want als ze maar genoeg herrie maakt
Weet ze zeker dat de kabouter moe raakt.
 
Dan is hij soms heel even stil
En dat is precies wat Liesje wil
Maar dat is nooit van lange duur
Dan begint hij weer opnieuw en kijkt zuur.
 
De kabouter heeft vaak een boze bui
Dan noemt hij Liesje dom, zielig en vaak ook lui.
Dan scheldt en schreeuwt hij, leuk is hij dan niet
En dat doet Liesje heel veel verdriet.
 
Soms moet Liesje ervan huilen
En gaat ze bij papa en mama schuilen
Maar als ze hen vertelt van de kabouter in haar hoofd
Dan ziet ze aan hun blikken dat ze niet wordt geloofd.
 
Mama zegt dan: “kabouters bestaan niet mijn lieve kind,
Je moet zorgen dat je een écht vriendinnetje vindt.”
En papa doet daar nog eens een schepje bovenop:
“Zet die kabouter van je gewoon uit je kop!”
 
En zo voelt Liesje zich heel erg alleen
Maar dat vond de kabouter toch wel erg gemeen!
Hij was toch bij Liesje, wat zeurde ze nou???
“Je geeft me stank voor dank, terwijl ik heel veel van je hou!”
 
Liesje keek op van deze zin van de kabouterstem
Kwam die zin echt, zeker weten van hem?
Zei hij nou dat hij van Liesje hield? Echt waar?
Dat vond ze na al zijn pesterijen toch best een beetje raar.
 
“Sorry kabouter, dat ik je iets belangrijks vraag,
Maar ik wil een eerlijk antwoord graag.
Als je zegt dat je zoveel van me houdt,
Waarom doe je dan steeds zo stout?
 
“Ik ben een leerling-kabouter en ik weet nog niet zo goed,
Hoe ik meisjes zoals jij helpen moet.
Dus roep ik maar wat in het rond
Maar vaak denk ik: ik hield beter mijn mond!”
 
“Je wilt me dus helpen zeg je, maar waarom?”
“Dat weet ik nooit voor ik in iemands hoofd kom.
Wij kabouters worden naar iemands hoofd gestuurd,
Als er problemen zijn in iemands buurt”
 
“Als kabouter moet ik dan gaan zoeken,
In alle gaatjes en in alle hoeken,
Van jouw jonge meisjes brein,
Wat bij jou het probleem zou kunnen zijn.”
 
“Soms worden kindertjes gepest,
Of zijn ze anders dan de rest
Dan voelen ze zich verdrietig of alleen
En dan gaat er dus soms een kabouter heen”
 
“Die kabouter denkt dan met het kindje mee,
En zo zijn ze met zijn twee.
Zo kunnen ze alle pestkoppen aan
Of samen aan het spelen gaan.”
 
Zo raakte Liesje met de kabouter in gesprek
En ze dacht: zo’n kabouter in mijn hoofd is nog niet zo gek!
We kunnen samen door het leven gaan,
En ik zal nergens meer alleen voor staan!
 
Dus nu is de kabouter Liesjes kleine grote vriend
En dat hebben ze allebei wel verdiend
Want ze hebben samen heel hard aan hun vriendschap gewerkt
En dat heeft geholpen zoals je merkt!
 
Liesje is nooit meer alleen
Heeft altijd de kabouter om zich heen
Ze spelen, lachen, ruziën en praten
En Liesje hoopt, dat hij haar nooit meer zal verlaten!
 
 
 
 
 
 
Suzanne april 2010
 
 

 


 

 

 

 

Stuur me een e-mail!!!

 

 

 

 

   

 

 

 

 

Laatste wijziging op: 27-12-2010 21:28