Homepage | Borderline algemeen | Borderline voor Suzanne | Borderline volgens mijn psychiater | Borderline volgens mijn spv'er | VERS training | Verhalen van omstanders van iemand met Borderline | Stemmen horen | HEE !!! | Depressie | Depressie bij kinderen | Depressie bij jongeren | Depressie bij ouderen | Post partum depressie | Elektro Convulsie Therapie (ECT) | Neuro Linguistisch programmeren (NLP) | Gedichten | Kinderverhaaltjes

Borderline volgens mijn psychiater

Ik heb onder het kopje "Borderline voor Suzanne" uitgelegd wat borderline voor mij betekent, hoe het er voor mij uitziet. Ik was ook heel benieuwd hoe mijn psychiater dat zag en dus heb ik hem gevraagd om een stukje te schrijven. Hij schreef deze tekst in 2005: 

Hoe ik Suzanne heb leren kennen.

Suzanne leerde ik kennen toen zij begonnen was als cliënt in de zogenaamde “transference focused psychodynamic therapy”, in het Nederlands vertaald “overdracht gerichte psychodynamische therapie”. De psychoanalyticus Yeomans heeft daar veel over geschreven, en voortgeborduurd op het werk van de beroemde Amerikaanse psychiater Otto Kernberg die veel boeken heeft gepubliceerd op het gebied van de behandeling van borderline patiënten. De therapie komt er heel kort samengevat op neer dat de therapeut zich richt op hoe de cliënt diens wensen, verlangens en gevoelens projecteert op de therapeut. Dat wordt overdracht genoemd en in de therapie probeert de therapeut de cliënt te leren hoe belangrijk dit proces, wat zich in de gewone dagelijkse mensenwereld ook voortdurend afspeelt, is voor het dagelijks functioneren.

De veronderstelling is als de cliënt deze projecties beter begrijpt en kan hanteren dat hij of zij ook beter kan functioneren en meer grip op zichzelf, de relaties met anderen en de wereld  kan verwerven.

 

Rol als crisismanager

 

Maar goed, weer terug naar Suzanne. Ik was in die periode “crisismanager” voor de cliënten die deze behandeling ondergingen. Suzanne mocht tussen de sessies, die twee keer per week plaatsvonden, alléén in uiterste nood (in het geval van levensbedreigende zaken) contact opnemen met haar therapeut. In andere gevallen kon zij een beroep op mij doen. Telefonisch of een gesprek afspreken. Alleen binnen kantooruren. 

 

Crisisgesprek

 

Ik zal een voorbeeld geven van zo’n “crisisgesprek”: Suzanne ging in mijn kamer zitten, kreeg waarschijnlijk een bekertje thee, en zweeg. Nou kon zij dat veel beter dan ik, dus ik ging maar vragen stellen. Ik herinner me mijn vragen natuurlijk niet meer letterlijk, maar ik zal een poging doen de strekking ervan weer te geven. Zeg je in de therapie ook niks? Haar therapeut bleek ook een geduldig zwijger maar uiteindelijk stelde hij dan vaak toch wel een vraag, en vervolgens was het dan weer lang stil. Het gesprek begon op het eind pas een beetje, schoorvoetend, te lopen. Baal je daar niet van? “Ja natuurlijk. Ik heb er niks aan. Ik weet niet wie hij is. Hij lijkt geen menselijke gevoelens te hebben. Maar ik baal ook erg van mezelf. Ik heb gewoon niet geleerd te praten. Ik kan wel praten, maar niet over

mezelf”. Dat soort antwoorden kreeg ik.

 

Rol van de therapeut

 

Suzanne vroeg me op de man af of zo’n therapie wel zin had, of het niet verspilde tijd was. Naar alle eerlijkheid antwoordde ik dat het niet mijn stijl was, maar dat deze therapie juist werd uitgevoerd om te kijken of hij werkte. Heel ervaren en geleerde mensen hadden het bedacht. Het zal toch niet zo zijn dat die mensen deze therapie hadden ontwikkeld om Suzanne te pesten. Ze zouden er toch wel geloof in hebben dat het werkt. Ik vertelde ook dat ik wist dat mensen in het begin vaak heel heftig reageerden op de halsstarrigheid van de therapeut. De therapeut heeft de opdracht de patiënt te laten praten en slechts sporadisch een opmerking te plaatsen. De patiënt te laten ervaren hoe zij zich voelt in zo’n relatie. Daardoor tot nadenken te stimuleren. Het was juist de bedoeling deze eigen reacties serieus te nemen en de betekenis ervan te onderzoeken. Enzovoorts.

 

bokswedstrijd!

 

Mijn opdracht was om Suzanne weer “terug in de ring” te krijgen. Deze therapievorm werd vergeleken met een boksring. Een crisis werd beschouwd als even uit de ring stappen. Daar zat ik dus met handdoek en bekertje water. In het geval van Suzanne natuurlijk een stil maar desalniettemin enerverend gevecht. Nou ja, inmiddels waren we wel in gesprek. Wat is er eigenlijk aan de hand? “Ik voel me rot”, of een dergelijke zin. Wat is er gebeurd? “Niks”. Wat wil je? Vaak was het antwoord “opname op het Crisiscentrum”. Wat gebeurt er als je nu naar huis gaat? “Dan word ik gek, ik ga me pijn doen, ik ben bang dat ik mezelf wat aan doe”.  Kun je naar iemand toe gaan? “Nee, ..... is er niet,....ook niet,.....wil ik niet belasten,....heb ik gisteren al; lastig gevallen...” 

Hoe lang wil je daar blijven? “Tot zaterdag want dan moet ik werken in Brabant en ga ik naar mijn ouders. Voel je je veilig op het Crisiscentrum? “In ieder geval beter dan thuis...”  “Oké, ik zal bellen of er plek is”. 

Zo ongeveer is Suzanne tientallen keren opgenomen in het Crisiscentrum. Ze werd nooit geweigerd volgens mij. Sommige hulpverleners zuchtten, ik ook wel eens, maar het was de afspraak dat als ik opname nodig vond dat het dan kon. Ik vond opname nodig als Suzanne het nodig vond. Ik vond het wel belangrijk dat het niet te lang duurde, dit zei ik ook altijd tegen Suzanne, daar was zij het wel mee eens. Vaak evalueerden we na een paar dagen en was het vrij eenvoudig om een einddatum vast te stellen. Eigenlijk stelde zij die altijd vast, ik oefende een beetje druk uit, maar niet teveel.

 

Contact tussen crisismanager en therapeut

 

Tijdens de opname bleef Suzanne meestal de dingen doen die ze thuis ook zou doen en, belangrijk, ze bleef naar de gesprekken met haar therapeut gaan. Ik was overigens niet op de hoogte van de inhoud van die gesprekken, pas in het derde jaar had ik twee keer contact met haar therapeut over Suzanne, in het werk kwam ik hem nauwelijks tegen, we spraken er dan ook niet over. Ik maakte wel notities van onze gesprekken, deze kon haar therapeut ook lezen, soms stuurde ik hem wel een mailtje als ik vond dat hij iets moest weten.

Nou zal de lezer denken, daar werd dus ook niets gezegd. Ja, maar Suzanne kan ook met haar ogen en haar houding spreken. Heel goed zelfs. Ze had niet veel woorden nodig om te laten merken dat zij zich rot voelde en het alleen niet kon redden. Ik had en heb de overtuiging dat het niet goed is haar ervan te proberen te overtuigen dat het allemaal wel meevalt. Ik denk dat ik op deze manier kon uitdrukken dat ik haar erkende in haar moeilijkheden. Dat ik haar wilde steunen, dat ik accepteerde dat zij geen woordelijke uitdrukking kon geven aan haar onlustgevoelens (dat vind ik zo’n mooi woord!).

 

andere aanpak

 

Het is niet zo dat ieder gesprek zo ging. Het was beslist ook wel eens mogelijk om als we afspraken hadden gemaakt over de opname dat we dan een geanimeerd gesprek hadden. Over haar studie, haar werk, vrijwilligerswerk, haar neefje, een vriendin. Vaak had Suzanne vragen, inhoudelijke vragen of wat ik van iets vond of hoe ik ergens tegen aan keek. Haar manier om contact te maken. Ik gaf meestal een direct antwoord. Soms had ik er geen zin in en zei ik dat ook, of vond dat ze dat zelf maar moest uitzoeken. Meestal echter kon ik die vragen moeilijk weerstaan. Die oogjes achter dat brilletje, vaak iets van onderuit, ondeugend. Ja, die noopten mij te antwoorden. Niet echt therapeutisch, mijn houding. Maar ja, ik hoefde dat ook niet te zijn. Op een gegeven moment werd door een collega, ik had toen af en toe een gesprek met de leider van het project over de patiënten die ik als crisismanager zag, wel gesuggereerd dat ik met die houding mogelijk de therapie ondermijnde. Niet op een aanvallende manier overigens. Ik realiseerde me die mogelijkheid wel maar vond de erkenning belangrijker. Mijn aanpak werd overigens wel gewaardeerd geloof ik. Men slaagde erin dit als een natuurlijk proces te duiden, dat in de therapie ook besproken kon worden.

 

stemmen horen

 

Op een gegeven moment vertelde Suzanne dat ze stemmen hoorde en beelden zag. Nou wist Suzanne dat dit mijn belangstelling had, ik gaf er in haar opleiding immers les over. Ik neem aan dat dit door haar therapeut ook deels gezien werd als een wens om de “goede” therapeut, ik dus, te behagen. Zal best, Suzanne had er wel veel last van. De therapeut besteedde er niet veel aandacht aan, aldus Suzanne, ik vond het wel link worden omdat Suzanne inmiddels wel eens op het spoor werd aangetroffen, de stemmen gaven haar allerlei opdrachten en maakten haar erg angstig. Ik besloot er maar eens werk van te maken. Niet in overleg met de therapeut overigens, ik vond het als crisismanager voldoende dringend daar aandacht aan te besteden en te helpen enige orde aan te brengen.

DC juni 2005

 

Stuur me een e-mail!!!

 

Laatste wijziging op: 03-10-2008 17:23